Ga naar hoofdinhoud

14.6 Zinnen bouwen met kaartjes

Een grammatica is een setje regels waarmee je zinnen kunt bouwen én controleren. Hier doe je dat fysiek: kaartjes vervangen tot er een zin op tafel ligt.

Let op: deze werkvorm gebruikt een eigen mini-grammatica, niet de grammatica die je in de lessen zelf ontwerpt — die blijft jouw puzzel.

Wat je nodig hebt

  • Een geprinte hand-out en een schaar per groepje van 2 tot 3.
  • Ongeveer 20 minuten.

De regels

Dit zijn de regelkaartjes. De pijl -> betekent "bestaat uit", het streepje | betekent "of", en woorden tussen aanhalingstekens zijn echte woorden.

Zin -> Onderwerp Gezegde
Onderwerp -> Lidwoord Dier
Gezegde -> Werkwoord
Gezegde -> Werkwoord Bijwoord
Lidwoord -> "de"
Dier -> "hond" | "kat" | "vogel"
Werkwoord -> "slaapt" | "rent" | "zingt"
Bijwoord -> "hard" | "zacht"

Knip daarnaast woordkaartjes: de (3 keer), hond, kat, vogel, slaapt, rent, zingt, hard, zacht — en schrijf op losse kaartjes de namen Zin, Onderwerp, Gezegde, Lidwoord, Dier, Werkwoord, Bijwoord (van elk twee).

Werkvorm 1 — bouw een zin

  1. Leg het kaartje Zin op tafel.
  2. Kies een regel die op een kaartje op tafel past en vervang dat kaartje door wat er rechts van de pijl staat. Zin wordt dus Onderwerp Gezegde, naast elkaar.
  3. Herhaal tot er alleen nog echte woorden liggen. Lees je zin hardop voor.
  4. Bouw er nog twee, met andere keuzes bij |.

Werkvorm 2 — hoeveel zinnen bestaan er?

Reken uit hoeveel verschillende zinnen deze grammatica in totaal kan bouwen. Tel systematisch: hoeveel keuzes heeft elk onderdeel, en wat doet de tweede Gezegde-regel met dat aantal? Aantal: ____.

Werkvorm 3 — keur de zinnen

Welke van deze rijtjes kan de grammatica bouwen? Zet er goed of fout achter, en wijs bij "fout" aan welke regel er niet is.

  1. de kat rent hard — ____
  2. kat de slaapt — ____
  3. de vogel zingt zacht — ____
  4. de hond hard rent — ____
  5. de de kat slaapt — ____

Werkvorm 4 — breid uit

Verzin zelf een regel die de grammatica uitbreidt, bijvoorbeeld een kleur bij het dier of een tweede zinsdeel. Schrijf de regel in dezelfde notatie, maak de bijbehorende woordkaartjes en bouw een zin die eerst niet kon. Hoeveel zinnen kan de grammatica nu?

Bespreek na

  • Een regel mag je overal toepassen waar zijn naam ligt, ongeacht wat ernaast ligt. Waarom maakt juist dát het bouwen zo voorspelbaar?
  • De grammatica keurt "de kat zingt" goed, ook al zingen katten niet. Wat controleert een grammatica wel, en wat niet?

Antwoorden

Deze pagina print als losse laatste pagina — houd hem achter de hand of knip hem eraf.

Werkvorm 2: onderwerp: 1 lidwoord × 3 dieren = 3. Gezegde: 3 werkwoorden zonder bijwoord + 3 × 2 met bijwoord = 9. Totaal 3 × 9 = 27 zinnen.

Werkvorm 3:

  1. goed (Gezegde -> Werkwoord Bijwoord)
  2. fout — een Onderwerp begint altijd met een Lidwoord
  3. goed
  4. fout — het Bijwoord komt ná het Werkwoord, er is geen regel Gezegde -> Bijwoord Werkwoord
  5. fout — één Lidwoord per Onderwerp; er is geen regel die twee keer "de" toestaat

Werkvorm 4 (voorbeeld): Dier -> Kleur Dier met Kleur -> "rode" | "zwarte" maakt oneindig veel zinnen mogelijk (de regel kan zichzelf herhalen: "de rode zwarte rode kat slaapt"). Wie Onderwerp -> Lidwoord Kleur Dier koos, houdt het eindig: 3 × 27 = 81. Dat verschil — een regel die naar zichzelf verwijst — heet recursie, en is precies wat grammatica's zo krachtig maakt.

Verder op de site