Zin 10 — recursie: meerdere bijvoeglijke naamwoorden
Leerdoel: je laat onbeperkt veel bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar toe, en je kijkt naar een ambigue zin.
De zin
I (N) had (V) a (Det) little (Adj) moist (Adj) red (Adj) paint (N) in (P) the (Det) palm (N) of (P) my (Det) hand (N).
Het probleem: "a little moist red paint" heeft drie bijvoeglijke naamwoorden op een rij, en tot nu toe liet je grammatica er waarschijnlijk maar één toe.
Denk na
- Hoe laat je een willekeurig aantal bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar toe, één, twee, drie of meer, zonder voor elk aantal een aparte regel te schrijven?
- Een groep mag in zijn eigen regel naar zichzelf verwijzen. Wat zou dat hier betekenen?
Bouw en test
Meer dan één boom
Viel het je op? De laatste zin staat niet op (1x) maar op (2x) of meer: de parser vindt er meerdere geldige bomen voor. Dat komt door "in the palm of my hand": hoort "of my hand" bij "the palm", of bij de hele groep ervoor? En hangt "in the palm …" aan "paint" of aan "had"? Grammaticaal kan het allebei. Zo'n zin heet ambigu.
Hoeveel bomen je precies ziet, hangt af van je regels. Een grammatica die een voorzetselgroep zowel aan een naamwoordgroep als aan een werkwoordgroep laat hangen, vindt er meer dan een grammatica die maar één van de twee toestaat. Twee is niet beter dan vijf: het gaat erom dat de zin past. Zag je bij zin 6, 8 of 9 al een (2x)? Dat is hetzelfde verschijnsel. Op de volgende pagina bekijk je de bomen zelf.
Door naar alles samen →.