11.14 Aanpassen — nieuwe woorden, nieuwe zinnen
Leerdoel: je breidt het lexicon uit met nieuwe woorden, zonder de grammaticaregels te veranderen, en je zoekt een ambigue zin.
Het idee
De regels beschrijven de structuur. Het lexicon koppelt echte woorden aan hun woordsoort. Wil je een nieuw woord laten herkennen, dan hoef je alleen het lexicon aan te vullen — je regels blijven hetzelfde.
Opdracht 1 — voeg een woord toe
Plak je complete grammatica. De zin Watson chuckled mislukt nu: watson
staat niet in het lexicon. Voeg in LEXICON_EXTRA een regel toe die
watson een zelfstandig naamwoord (N) maakt — dezelfde
aanhalingsteken-vorm als in het lexicon — en draai opnieuw.
Let op — voor opdracht 1 heb je je eigen grammatica nodig (anders kent de cel
S, je woordgroepen enzovoort niet). Plak die dus eerst.
Opdracht 2 — zoek een ambigue zin
Verander ZIN in een zin die je grammatica op meer dan één manier
ontleedt (aantal interpretaties > 1). De truc: zet twee
voorzetselgroepen achter elkaar in één groep — dan kan de tweede bij
verschillende stukken horen. Alle woorden van het voorbeeld
Holmes had a pipe in the armchair in the day staan al in het lexicon;
probeer maar of je er twee bomen voor krijgt, en bedenk waarom.
Door naar stap 15: zelf bouwen →.