Bouwsteen 3 — de index teruggeven
Hier bouw je op verder
- Python Functies
- Python Return-waarden
Leerdoel: je verpakt je code in een functie en gebruikt return om
de index terug te geven waar je het doel vond.
Hier bouw je op verder
Wat we willen
Twee dingen tegelijk:
- Niet alleen melden dát je het vond, maar teruggeven wáár het stond.
- Het geheel in een functie stoppen, zodat je hem op elke lijst kunt aanroepen.
Voor de index gebruik je enumerate uit bouwsteen 1:
for i, waarde in enumerate(lijst) geeft elke ronde de index én de waarde.
Voorspel
Wat denk je dat dit print?
def zoek(lijst, doel):
for i, waarde in enumerate(lijst):
if waarde == doel:
return i
print(zoek([3, 1, 4, 1, 5], 4))
print(zoek([3, 1, 4, 1, 5], 1))
Antwoord
2
1
- Bij doel 4: die staat op index 2, en
return 2stopt de functie meteen. - Bij doel 1: de eerste 1 staat op index 1. Daarna stopt de functie, dus de tweede 1 op index 3 komt niet meer in beeld.
Run
Code-omgeving wordt voorbereid…
Belangrijk: return stopt de functie
Zodra Python return i uitvoert, springt hij de functie uit en gaat de
for-lus niet verder. Dat is precies de bedoeling: stoppen bij de eerste
match.
Wat als we het niet vinden?
Probeer dit:
Code-omgeving wordt voorbereid…
Wat zie je?
None
Voert de functie nooit een return uit, dan geeft Python automatisch
None terug. Dat is niet wat we willen — we beloofden eerder dat we -1
zouden teruggeven bij "niet gevonden". Dat lossen we in de volgende stap op.
Door naar bouwsteen 4: niet gevonden.